In 2020 uitgebrachte adviezen

De AIV heeft in 2020 zes adviezen en een briefadvies uitgebracht.

Briefadvies Nederland en de wereldwijde aanpak van COVID-19

Testen COVID-19, Madagascar
©World Bank - Henitsoa Rafalia / Testen COVID-19, Madagascar

Het briefadvies ‘Nederland en de wereldwijde aanpak van COVID-19’, gepubliceerd op 11 mei 2020, is opgesteld na een toezegging van het kabinet op 16 april 2020 aan de Tweede Kamer voor een spoedadvies over een effectieve, gepaste Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen de impact van het coronavirus. In dit advies adviseert de AIV het kabinet om een dienende voortrekkersrol te spelen in de EU, een samenhangend pakket voor steunverlening te ontwikkelen en additionele middelen vrij te maken voor een bedrag van 1 miljard euro voor het lenigen van de meest acute noden.

In de media is veel aandacht besteed aan het advies, zie o.a.:
- interview met prof.mr. J.G. de Hoop Scheffer bij NPO1 Radio op 12 mei 2020 Oud NAVO-baas De Hoop Scheffer: ‘Europa moet niet meegaan in pesterijen VS en China’

Op 18 mei 2020 hebben een aantal leden van de adviesraad voor leden van de Algemene Commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een toelichting op het briefadvies gegeven.

In de kabinetsreactie die op 10 juli 2020 is verschenen, spreekt het kabinet zijn waardering uit voor de uitgebreide advisering van de AIV en de concrete suggesties. Het kabinet deelt met AIV het belang van eerlijke en betaalbare toegang tot vaccins, diagnostische testen en behandeling wereldwijd en Nederland heeft aansluiting gezocht bij internationale initiatieven. Het kabinet intensiveert met 150 miljoen euro de inspanningen gericht op preventie, humanitaire hulp en sociaaleconomische weerbaarheid in de meest kwetsbare landen en zorgt door middel van een kasschuif van 464 miljoen euro uit latere jaren, dat het budget voor 2020 en 2021 stabiliseert. De Algemene Commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft op 15 juni 2020 een Notaoverleg over het advies gehouden en tijdens een Algemeen Overleg op 3 september 2020 nogmaals over het advies gesproken.

Europese veiligheid: tijd voor nieuwe stappen

European Union 2014
©European Parliament / European Union 2014

Als gevolg van nieuwe dreigingen, ingrijpende geopolitieke verschuivingen en veranderingen in de trans-Atlantische betrekkingen staat de veiligheid van Europa onder druk: Europa is kwetsbaar geworden, aldus het advies Europese veiligheid: tijd voor nieuwe stappen dat op 30 juni 2020 is verschenen. Het zal veiligheidsvraagstukken waarvoor de NAVO niet in actie komt of de VS geen directe interesse hebben zelfstandig het hoofd moeten kunnen bieden. Nederland doet er goed aan zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij Frans-Duitse initiatieven op veiligheids- en defensiegebied. De AIV acht het noodzakelijk dat Nederland een meerjarenplan opstelt voor het behalen van de 2%-norm van de NAVO voor het defensiebudget in 2024. Het Frans-Duits voorstel voor de oprichting van een Europese Veiligheidsraad (bij voorkeur met Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, de voorzitter van de EU en de SG-NAVO als leden) verdient Nederlandse steun in het belang van de benodigde slagvaardigheid. Nederland dient de omvorming van de Military Planning and Conduct Capability (MPCC) van de EU tot hoofdkwartier voor de strategische en contingency planning en het leiden van EU-missies, te ondersteunen.

Diverse media hebben aandacht besteed aan het advies, zie o.a.:
- interview met prof.ir. J.J.C. Voorhoeve bij BNR op 30 juni 2020 Nederlands veiligheidsbeleid kan cement zijn tussen Berlijn en Parijs
 

In de op 5 oktober 2020 verschenen kabinetsreactie noemt het kabinet Frans-Duitse initiatieven vaak een drijvende kracht achter vooruitgang in EU-verband, maar is het tegelijkertijd overtuigd van een significante rol van ook (coalities van) andere landen, waaronder de Benelux-landen of de noordelijke EU-lidstaten. Het kabinet plaatst vraagtekens bij het nut van een Europese Veiligheidsraadstaat. Het wil bezien op welke wijze de Military Planning and Conduct Capability het vermogen van de EU kan vergroten. Het kabinet geeft er dan ook de voorkeur aan om de samenwerking tussen Nederlandse en andere Europese bedrijven te faciliteren via een algemene vergunning, en niet door aan te sluiten bij het Frans-Duitse akkoord inzake wapenexportcontrole.

De Kamerleden Sadet Karabulut, Sven Koopmans en Sjoerd Sjoerdsma hebben op
30 oktober 2020 deelgenomen aan het webinar over het advies.

Tijdens de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken op 12 en 13 november 2020 is het advies aan de orde gekomen en werd het kabinet o.a. opgeroepen de oprichting van een Europese Veiligheidsraad te steunen.

Regulering online content Naar een herijking van het Nederlandse internetbeleid

©Piktsjers

In het advies ‘Regulering online content. Naar een herijking van het Nederlandse internetbeleid dat op 24 juni 2020 is gepubliceerd, staat de vraag centraal hoe enerzijds het open en vrije karakter van internet kan worden gewaarborgd en anderzijds maatschappelijke schade door regulering van online content zoveel mogelijk wordt tegengegaan. Het internet is lang bejubeld als forum van vrije informatie-uitwisseling, als aanjager van mensenrechten, emancipatie, diversiteit, democratie en als motor van innovatie en economische groei. Het heeft de verspreiding van informatie een fundamenteel andere dynamiek gegeven. Maar er is ook een steeds duidelijker wordende schaduwkant. Content kan in korte tijd wereldwijd met miljoenen internetgebruikers worden gedeeld, met nadelige effecten voor bijvoorbeeld iemands goede naam of privacy én ondermijning van democratische en rechtsstatelijke beginselen, zoals beïnvloeding van verkiezingen. Deze waarden moeten in een democratische rechtsstaat worden beschermd. Dat vereist nationale en internationale coördinatie. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk lopen op Nederland voor met maatregelen om schadelijke online content te bestrijden en de Europese Unie neemt eveneens initiatieven. Ook Nederland kan een betekenisvolle rol spelen, onder meer door op EU-niveau actief in te zetten op normstelling en een toezichtmechanisme.
 

Naar aanleiding van het advies verscheen op 12 oktober 2020 een opinieartikel van prof. mr. C.P.M. Cleiren, De halfslachtige pogingen van Facebook, Twitter en YouTube om schadelijke berichtgeving te weren, overtuigen niet. Verder gaf zij op 17 oktober 2020 een toelichting op het advies bij het radioprogramma Met het Oog op Morgen.

Een kabinetsreactie is nog niet ontvangen, wel is ten behoeve van de kabinetsreactie een internetconsultatie gehouden. 

Het leveren en financieren van niet-letale steun aan niet-statelijke, gewapende groepen in het buitenland

Op 26 mei verscheen het gezamenlijke CAVV-AIV advies ‘Het leveren en financieren van niet-letale steun aan niet-statelijke gewapende groepen in het buitenland’. In het advies bespreken de CAVV en de AIV hoe het verlenen van “niet-letale steun" aan niet-statelijke gewapende entiteiten zich verhoudt tot kernbeginselen van het internationale recht.

Aan de orde komen het non-interventiebeginsel alsmede het geweldverbod, en onder welke voorwaarden ”niet-letale steun” aan niet-statelijke gewapende entiteiten kan leiden tot (mede-) aansprakelijkheid in relatie tot schendingen van internationaal humanitair recht en mensenrechten die deze entiteiten plegen. Ook reikt het advies met het oog op toekomstige beoordelingen elementen aan voor een toetsingskader. De daarvoor vereiste situationele afweging omvat noodzakelijkerwijs mede politiek-strategische inschattingen van de internationale situatie. Aansluitend bij de eerdere adviezen over humanitaire interventie en R2P, adviseren de CAVV en de AIV terughoudendheid bij het willen scheppen van of bijdragen aan nieuwe juridische interventiemogelijkheden.

Op 31 augustus verscheen de kabinetsreactie op het advies. In de reactie spreekt het kabinet zijn waardering uit voor de grondige analyse van de AIV en CAVV. Het kabinet stelt dat het advies bruikbare elementen bevat voor een toetsingskader voor het leveren van ‘non-lethal assistance’ aan niet-statelijke gewapende groepen in het buitenland. Daarnaast biedt het advies volgens het kabinet nuttige inzichten over volkenrechtelijke advisering aan de regering, een onderwerp waarover het kabinet graag in gesprek wil blijven met beide adviesorganen.

Digitalisering en Jeugdwerkgelegenheid in Afrika

©CNFA/USAID Africa

Bij het dichten van de digitale kloof met Afrika ziet de AIV voor Nederland een grotere rol. De huidige coronacrisis heeft de kloof met de rest van de wereld verergerd. Voor een hele generatie dreigt daardoor nog meer achterstand, aldus de AIV in het advies ‘Digitalisering en Jeugdwerkgelegenheid in Afrika’ gepubliceerd op 11 september 2020. Deze ontwikkeling vermindert het perspectief op werk en inkomen voor miljoenen Afrikaanse jongeren. De Nederlandse regering ondersteunt al de nodige initiatieven voor meer en betere toegang tot het internet, evenals het bevorderen van werkgelegenheid voor Afrikaanse jongeren. Niettemin is de AIV van mening dat extra inspanningen absoluut noodzakelijk zijn, vooral in Europees en multilateraal verband.

Diverse media (waaronder Trouw, Bureau Buitenland op Radio 1 en One World) hebben aandacht besteed aan het advies. Ook werd een animatie van het advies gemaakt en een webinar georganiseerd waarbij Afrikaanse jongeren de aanbevelingen bespraken in aanloop naar de ‘Youth at Heart’- conferentie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. 

In de kabinetsreactie die op 11 januari 2021 is verschenen gaat het kabinet uitvoerig in op de terreinen waarop de AIV een grotere rol voor Nederland ziet, van het toegankelijk, veiliger en betrouwbaarder maken van digitaal werk tot beter onderwijs en versterking van de deelname van meisjes en vrouwen. Het kabinet neemt de concrete aanbevelingen van de AIV ter harte.

Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied. Op weg naar een toekomstbestendig Koninkrijksverband

©Shutterstock / Wilemstad

In het advies ‘Veiligheid en rechtsorde in het Caribisch gebied. Op weg naar een toekomstbestendig Koninksrijksverband’, gepubliceerd op 8 oktober 2020, onderstreept de AIV dat Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten op elkaar zijn aangewezen om ondermijnende drugscriminaliteit en sociaaleconomische achteruitgang terug te dringen. De AIV adviseert veel nauwere samenwerking tussen de vier landen, betere benutting van de mogelijkheden die het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden biedt, en een meer strategische opstelling van het Koninkrijk in de bredere regio. Het adviesrapport gaat ook in op de actualiteit van de COVID-19 pandemie: de crisis onderstreept de noodzaak van structurele hervormingen in de Caribische landen. Nederland biedt hulp, maar is naar het oordeel van de AIV ook medeverantwoordelijk voor een sociaaleconomisch langetermijnplan voor alle Caribische landen. Dit ter ondersteuning van de zwakste bevolkingsgroepen, maar tevens om de landen weerbaarder te maken tegen klimaatverandering en te helpen bij de transitie naar een duurzame en meer gediversifieerde economie.

Het advies kreeg de nodige media-aandacht (krantenartikelen) in zowel Nederland als in het Caribische deel van het Koninkrijk.

In de op 26 februari 2021 gepubliceerde reactie van de Rijksministerraad (RMR) wordt waardering uitgesproken voor de uitgebreide analyse en het zorgvuldig geformuleerde advies. De RMR kan zich grotendeels vinden in de aanbevelingen en onderschrijft de notie van de AIV dat de veiligheidsontwikkelingen en urgente dreigingen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, een actieve, betrokken en gezamenlijke opstelling verlangen van Nederland en de landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Deze Rijksbrede aanpak moet ten goede komen aan de waarborging van mensenrechten, deugdelijk bestuur en rechtshandhaving. Verder deelt de RMR de mening van de AIV dat het belangrijk is om nauwe internationale samenwerking te zoeken op het gebied van  Defensie, rechtshandhaving en ecologische veiligheid. Ook onderstreept de RMR het belang van een betere informatiedeling in regionaal verband ten aanzien drugsbestrijding. De aanbeveling van de AIV om een proeve op te stellen voor een consensus-rijkswet wordt door de RMR nader bezien.

Het Europese asielbeleid: twee grote akkoorden om de impasse te doorbreken

©ANP Foto

Sinds de vluchtelingencrisis van 2015 bevindt het Europese asielbeleid zich in een impasse. De vraag hoe die impasse te doorbreken staat in het advies ‘Het Europese asielbeleid: twee grote akkoorden om de impasse te doorbreken’ dit advies centraal. Naar het oordeel van de AIV zijn hiervoor twee grote akkoorden nodig, een intern akkoord tussen de lidstaten van de Europese Unie onderling en een extern akkoord met buitenlandse partnerlanden. Het advies beschrijft hoe deze akkoorden zouden kunnen worden bereikt en welke elementen onderdeel zouden moeten uitmaken van deze akkoorden. Het advies doet aanbevelingen hoe Nederland kan bijdragen aan de totstandkoming hiervan. De AIV constateert voorts dat de ontwikkeling van een fair en werkzaam Europees asielbeleid een dringende opgave is. Mede als gevolg van de COVID-19 pandemie is het risico op nieuwe vluchtelingenstromen zeer groot: de Europese Unie is daar nu niet goed op voorbereid. Bovendien vormt falend Europees asielbeleid een bron van spanning niet alleen tussen lidstaten, maar ook bij het Europese publiek. Het advies is op 11 december 2020 aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid mevrouw Broekers-Knol overhandigd door AIV-lid drs. M. Sie Dhian Ho.

- interview in Elseviers Weekblad op 11 december 2020 met prof. dr. L. van Middelaar en drs. M. Sie Dhian Ho: Europese Unie heeft niets geleerd van 2015: nieuwe migratiecrisis dreigt

In de kabinetsreactie die op 15 februari 2021 is verschenen, stelt het kabinet het uitgangspunt van het AIV-advies te onderschrijven dat een oplossing van de impasse in het asielbeleid gelijktijdige inspanning op zowel de interne als de externe dimensie van het Europese asielbeleid vergt. Het kabinet onderschrijft in het bijzonder de noodzaak van concrete afspraken op de externe dimensie als voorwaarde voor herstel van vertrouwen in de samenwerking binnen de Unie. Op enkele punten wijkt het Nederlandse beleid volgens het kabinet wel af van de aanbevelingen van de AIV, maar de kabinetsreactie gaat hier niet verder op in. De reactie vermeldt tenslotte dat eventuele beleidsaanpassingen naar aanleiding van het advies aan een volgend kabinet zullen worden overgelaten, gezien de demissionaire status van het kabinet.

Kabinetsreactie Duurzame ontwikkelingsdoelen en mensenrechten

Op 28 december 2020 verscheen de kabinetsreactie op het advies Duurzame ontwikkelingsdoelen en mensenrechten - een noodzakelijk verbond dat op 2 juli 2019 is gepubliceerd. Het kabinet onderschrijft in de reactie het uitgangspunt van de AIV dat ontwikkeling een voorwaarde is voor het kunnen realiseren van mensenrechten én dat mensenrechten noodzakelijk zijn voor ontwikkeling. Dit is volgens het kabinet de reden dat de VN-lidstaten er expliciet voor hebben gekozen om mensenrechten het leidend kader te maken voor de SDG’s. Evenals de AIV beschouwt het kabinet de SDG’s als een bruikbaar wereldwijd kader voor een samenhangende (integrale) benadering van duurzame ontwikkeling en mensenrechten. Het kabinet is wel van mening dat er qua beleidsimplementatie nog ruimte bestaat voor meer samenhang tussen deze beleidsterreinen, met name op multilateraal terrein. In de reactie op de aanbevelingen van de AIV gaat het kabinet hier nader op in, waarbij tevens voorbeelden worden gegeven van reeds bestaande en sinds het verschijnen van het advies ingezette integratie van mensenrechten in beleid en implementatie.