De Nederlandse regering wil migratie beter reguleren. Oorlog en onderdrukking elders stellen het Nederlandse asielsysteem op de proef. De opvang in Nederland is hier niet goed op ingesteld, terwijl ook de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers nog niet goed werkt. Ondertussen zijn migranten gedwongen om gevaarlijke irreguliere routes te nemen waarbij jaarlijks duizenden mensen sterven en uitbuiting door mensensmokkelaars in mensonterende omstandigheden een reëel risico is. Ook de arbeidsmigratie stuit op grenzen. Arbeidsomstandigheden en beloning zijn regelmatig ondermaats en juist ook deze migratie, in omvang veel groter dan die voor asiel, doet een beroep op schaarse voorzieningen. Dit alles ondermijnt het vertrouwen in de rechtvaardigheid en effectiviteit van het migratiebeleid en leidt tot oproepen om migratie te beperken.
Betere regulering vraagt om beleid dat de complexiteit van migratie erkent en inzet op sturing via effectieve, realistische en menswaardige oplossingen. Daarvoor is in alle gevallen samenwerking nodig met landen waar migranten vandaan komen en doorheen reizen. Dit advies gaat over de vraag hoe Nederland beter kan samenwerken met landen binnen en buiten Europa.
Het advies is opgesteld door de Adviesraad Migratie en de Adviesraad Internationale Vraagstukken op verzoek van de minister van Asiel en Migratie, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.
Vijf denkrichtingen
In hun gezamenlijke advies bieden de raden vijf denkrichtingen voor slagvaardige partnerschappen.
- Naar brede strategische partnerschappen
Nederland zal strategische keuzes moeten maken bij de invulling van brede en wederzijds voordelige partnerschappen, waarin meer rekening gehouden wordt met de belangen van de beoogde partnerlanden. Dat betekent dat Nederland ‘in ruil voor’ afspraken over terugkeer, grensbewaking en het tegengaan van irreguliere migratie breder in zou moeten zetten - bijvoorbeeld op het gebied van reguliere, (circulaire) arbeidsmigratie, studievisa, handel en investeringen. - Naar een versterking van rechtmatigheid
De rechtmatigheid van partnerschappen moet (beter) worden geborgd. Dit is niet alleen een volkenrechtelijke (en morele) verplichting. Het is, net als wederzijds belang, ook een voorwaarde voor de effectiviteit van partnerschappen. Om de rechtmatigheid te kunnen borgen, moeten de afspraken en de uitvoering van de partnerschappen daarom risico gestuurd zijn, en onafhankelijk gemonitord. Nederland moet bovendien een ondergrens hanteren, waarbij migranten niet worden teruggestuurd of uitgezet naar landen waar ze niet veilig zijn, niet aan push of pullbacks wordt meegewerkt en migranten niet worden gedetineerd waar hun rechten niet zijn gegarandeerd. Maak in een partnerschap tot slot bindende afspraken over gezamenlijke verantwoordelijkheid en leg de consequenties van niet nakomen vast. Het moet duidelijk zijn wat er gebeurt als een of beide partners de afspraken niet nakomen. - Naar zoveel mogelijk in Europees verband
De raden adviseren Nederland migratiepartnerschappen zoveel mogelijk in EU- of Team Europe-verband vorm te geven. De EU heeft in onderhandelingen meer te bieden, onder meer op het gebied van visa, handel en financiële instrumenten. Daardoor ontstaan betere mogelijkheden om via brede, strategische partnerschappen wederzijds voordeel te realiseren. Dit is ook cruciaal voor het slagen van het nieuwe Europese Asiel- en Migratiepact. Nederland moet daarom bereid zijn in EU-kader afspraken te maken over (circulaire) arbeidsmigratie, met behoud van nationale sturing op aantallen, sectoren en toelatingsvoorwaarden. - Naar een regionale benadering
Nederland moet bij het aangaan van partnerschappen verder kijken dan het nationale niveau. Regionale actoren, zoals ECOWAS en de Afrikaanse Unie, hanteren eigen visies op migratie, vaak met nadruk op vrije mobiliteit binnen de regio. Die uitgangspunten kunnen botsen met Nederlandse en Europese prioriteiten, bijvoorbeeld op het gebied van grensbeheer. Eenzijdige afspraken met één land kunnen bovendien onbedoeld spanningen versterken, bestaande samenwerking tussen buurlanden ondermijnen of problemen verplaatsen in plaats van oplossen. Door het regionale perspectief leidend te maken sluiten afspraken beter aan bij de realiteit en praktijk van migratie. - Naar partnerschappen tussen samenlevingen
Partnerschappen zijn kansrijker als zij niet alleen tussen overheden worden vormgegeven, maar ook met betrokkenheid van diasporagemeenschappen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en kennisinstellingen. Daarom pleiten de raden voor een whole-of-society benadering, waarbij elk partnerschap een ander vertrekpunt heeft, gebaseerd op hoeveel verbondenheid er al tussen de twee landen bestaat en de mogelijkheden die er zijn om meer verwevenheid tussen de beide partners te creëren.
Recht en resultaat
De raden concluderen dat het aangaan van migratiepartnerschappen geen quick fix is voor de Nederlandse migratiedoelen. De slagvaardigheid waar de regering in zulke partnerschappen naar zoekt, zal het resultaat zijn van het opbouwen en onderhouden van sterke relaties die verder reiken dan alleen het bilaterale niveau. Nederland kan dit bereiken door selectief te zijn in het aangaan van partnerschappen, deze operationeel vorm te geven met heldere afspraken die breed genoeg zijn om positieve prikkels voor samenwerking te bieden, en juridisch stevig genoeg om uitvoerbaar te zijn. Zo kan Nederland via brede partnerschappen sturen op recht en resultaat.
Presentatie advies
Op 22 juni presenteren de raden het advies aan Pascalle Grotenhuis, Directeur-Generaal Internationale Samenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Victor Cramer, plaatsvervangend Directeur-Generaal Internationale Migratie en hoofd van het Bureau Internationaal Migratiebeleid bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.