De wereld waarin ontwikkelingssamenwerking vorm kreeg, is ingrijpend veranderd. Economische en politieke macht is breder over de wereld verdeeld. Landen in het mondiale Zuiden hebben meer handelspartners en financiers om uit te kiezen en zijn minder afhankelijk van westerse landen. Tegelijkertijd staan landen wereldwijd voor grote uitdagingen op het gebied van economie, klimaat, veiligheid en bestuur. Deze vraagstukken houden niet op bij landsgrenzen en vragen om internationale samenwerking. Voor veel landen komen deze uitdagingen boven op de nog altijd urgente noodzaak om armoede en ongelijkheid terug te dringen.
De klassieke ontwikkelingssamenwerking, waarin rijke landen als donor optreden en andere landen hulp ontvangen, sluit steeds minder aan bij deze veranderde wereld. De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) pleit daarom voor een andere inrichting van internationale samenwerking, waarin landen gezamenlijk investeren in grote maatschappelijke veranderingen en lokaal eigenaarschap centraal staat. Solidariteit, gedeelde belangen en het Nederlandse belang vormen daarbij drie belangrijke uitgangspunten. Deze belangen vallen niet altijd samen en vragen om duidelijke keuzes.
Dit advies gaat over de vraag hoe Nederland zijn internationale samenwerking richting 2040 kan vormgeven. Het advies is opgesteld door de Adviesraad Internationale Vraagstukken op verzoek van het kabinet.
Negen aanbevelingen
In het advies doet de AIV negen aanbevelingen voor de toekomst van internationale samenwerking.
- Richt internationale samenwerking op vier gezamenlijke transities
Nederland moet internationale samenwerking richten op vier samenhangende veranderingen: brede welvaart, armoedebestrijding en economische weerbaarheid; duurzame vrede en veiligheid; een gezonde en leefbare planeet; en effectieve en legitieme democratische instituties. Deze transities vormen het vertrekpunt voor samenwerking tussen landen, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende belangen, verantwoordelijkheden en uitgangsposities. De AIV adviseert hierover samen met partnerlanden een langetermijnagenda op te stellen. - Bouw voort op wat partnerlanden zelf investeren en ontwikkelen
Internationale samenwerking moet aansluiten bij de prioriteiten, plannen en investeringen van partnerlanden. Dat vraagt om meer zeggenschap voor lokale partijen en minder sturing vanuit donorlanden. De AIV adviseert om kortlopende projecten vaker te vervangen door langdurige samenwerking met lokale organisaties en instellingen. Internationale middelen moeten bestaande lokale en nationale systemen versterken, in plaats van nieuwe structuren daarnaast op te zetten. - Kies voor een nieuwe inrichting van de financiering
De AIV adviseert vast te houden aan de internationale norm van 0,7 procent van het bruto nationaal inkomen voor ontwikkelingssamenwerking, maar niet alle vormen van internationale samenwerking uit hetzelfde budget te financieren. De middelen moeten voor het grootste deel ten goede komen aan de armste en meest kwetsbare landen, met herstel van de norm van minimaal 0,2 procent voor de minst ontwikkelde landen. Voor mondiale uitdagingen, zoals klimaat en gezondheid, zijn gezamenlijke financieringsafspraken nodig. Strategische partnerschappen met middeninkomenslanden vragen om een afzonderlijk budget buiten de ontwikkelingsmiddelen. - Vervang themasturing door landensturing
Nederland moet bij internationale samenwerking niet langer vooral uitgaan van vooraf vastgestelde thema's vanuit Den Haag. De politieke, economische en maatschappelijke situatie in een land of regio moet leidend zijn. Ambassades krijgen daarbij een grotere rol in het bepalen waar Nederlandse kennis, middelen en samenwerking kunnen bijdragen. Dat vraagt ook om inzicht in de lokale machtsverhoudingen en om samenwerking met partijen die veranderingen kunnen realiseren. - Bundel Nederlandse inzet via de EU en internationale partners
Nederland kan internationale uitdagingen niet alleen aanpakken. De AIV adviseert daarom de Europese Unie als belangrijkste schaalniveau voor internationale samenwerking te benutten en daarnaast sterker samen te werken met multilaterale en regionale organisaties en flexibele coalities. Nederland moet bewuster kiezen waar het zelf actief is en waar andere partijen het voortouw kunnen nemen. Zo kunnen kennis, middelen en politieke invloed gerichter worden ingezet. - Versterk de verbinding tussen samenlevingen
Internationale samenwerking moet niet alleen plaatsvinden tussen overheden, maar ook tussen bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De AIV pleit voor langdurige relaties waarin kennis, ervaringen en perspectieven in beide richtingen worden uitgewisseld. Ook diaspora- en jongerenorganisaties moeten hierbij worden betrokken. Zo wordt internationale samenwerking sterker verbonden met de Nederlandse samenleving. De AIV adviseert bovendien een burgerberaad te organiseren over de toekomst van de Nederlandse internationale samenwerking. - Zorg voor samenhang en geloofwaardigheid in het internationale beleid
Nederland moet voorkomen dat beleid op het gebied van handel, migratie, klimaat, belastingen of grondstoffen de ontwikkeling van partnerlanden ondermijnt. Ook moeten mensenrechten en internationaal recht consequent worden toegepast, ongeacht om welke landen het gaat. Volgens de AIV zijn samenhang, wederkerigheid en geloofwaardigheid belangrijke voorwaarden voor gelijkwaardige internationale samenwerking. - Maak ruimte voor vernieuwing door activiteiten te bundelen en te vereenvoudigen
De AIV adviseert het aantal afzonderlijke projecten, programma's en contracten terug te brengen. Door financiering te bundelen en langdurige samenwerking te stimuleren, kunnen administratieve lasten worden verminderd. Nederland moet bovendien vaker aansluiten bij bestaande initiatieven van partnerlanden en internationale organisaties, in plaats van eigen programma's daarnaast op te zetten. - Voorkom dat de financieringscrisis noodzakelijke hulp ondermijnt
De terugval van internationale financiering brengt humanitaire hulp, gezondheidszorg en andere basisvoorzieningen in kwetsbare landen in gevaar. De AIV roept op om op korte termijn aanvullende middelen beschikbaar te stellen, met prioriteit voor humanitaire hulp en gezondheid. Tegelijkertijd moeten deze investeringen bijdragen aan sterkere lokale instellingen en duurzamere financiering. De AIV adviseert Nederland het voortouw te laten nemen bij het vormen van een internationale coalitie om acute financieringstekorten aan te pakken.
Naar een nieuwe vorm van internationale samenwerking
De AIV concludeert dat internationale samenwerking fundamenteel moet veranderen om aan te sluiten bij de wereld van vandaag. Het traditionele onderscheid tussen donorlanden en ontvangende landen biedt steeds minder houvast. Landen hebben verschillende belangen en verantwoordelijkheden, maar zijn voor het aanpakken van grote internationale uitdagingen steeds meer op elkaar aangewezen.
De AIV pleit daarom voor internationale samenwerking waarin gezamenlijke transities en lokaal eigenaarschap centraal staan. Armoedebestrijding en steun aan kwetsbare landen blijven daarbij noodzakelijk. Tegelijkertijd vraagt de veranderende wereld om langdurige partnerschappen, een andere inzet van financiering en meer samenhang tussen verschillende beleidsterreinen. Zo kan Nederland bijdragen aan een rechtvaardigere, veiligere en duurzamere wereld, op een manier die past bij de internationale verhoudingen van vandaag.
Presentatie advies
Op 26 oktober 2026 presenteert de Adviesraad Internationale Vraagstukken het advies ‘Gezamenlijk investeren in transities: Een toekomstvisie op internationale samenwerking’ tijdens een bijeenkomst in Nieuwspoort in Den Haag. Het advies wordt aangeboden aan minister Sjoerdsma. Tijdens de bijeenkomst vindt ook een liveverbinding met Nairobi plaats, waar over hetzelfde advies wordt gesproken.